Speler A staat aan het net, speler B op de baseline. Ze spelen op één helft en houden de rally volledig rechtdoor (down the line). Beide spelers blijven rechtdoor spelen.
Op een zelfgekozen moment legt speler A de volley cross weg. Vanaf dat moment moet speler B direct reageren en proberen te passeren (vrije keuze: cross, down the line of lob).
Punt wordt uitgespeeld. Speel een tie-break tot de 7. Daarna wisselen van backhand/forehand.
Waarom is deze oefening goed?
Met deze oefening train je het spel aan het net én het reageren op veranderingen in een rally. Doordat je eerst rechtdoor speelt, bouw je controle op, maar zodra de netspeler de volley cross legt, moet de baselinespeler direct schakelen en een oplossing vinden.