Één speler begint aan het net en de andere speler op de baseline. Voor de speler bij de baseline staat één pion linksvoor en één pion rechtsvoor.
Na elke forehand loopt de speler om de pion aan de forehandkant. Na elke backhand loopt de speler om de pion aan de backhandkant. De speler aan het net speelt 6 ballen naar je forehand op en 6 ballen naar je backhand op.
Neem rust en doe dit 6 keer. Wissel daarna van opdracht.
Deze drill kan ook in een rally vorm worden uitgevoerd waarin 1 speler de oefening uitvoert en de andere speler afwisselend naar de forehand en backhandkant speelt.
Waarom is deze oefening goed?
Met deze oefening werk je aan je voetenwerk en vastigheid vanaf de baseline. Doordat je na elke slag om een pion heen moet lopen, blijf je continu in beweging en train je het snel herstellen voor de volgende bal.