SPOTLIGHT
Hoe werken dopingcontroles in het professionele tennis?
Dopingcontroles zijn standaard in het professionele tennis. Niet alleen tijdens toernooien, maar ook buiten wedstrijden om worden spelers regelmatig gecontroleerd op het gebruik van prestatieverhogende middelen.

Gemiddeld moeten tennisprofs ongeveer eens per maand een dopingtest ondergaan. Dat kan tijdens een toernooi zijn, maar ook thuis. Controleurs hebben namelijk toegang tot het opgegeven adres van een speler en kunnen onaangekondigd langskomen.
In de praktijk is zo’n controle vrij simpel. De betreffende tennisser moet enkele vragen beantwoorden en daarna een urinemonster afgeven, dat vervolgens in een laboratorium wordt getest op verboden stoffen.
Professionele spelers moeten altijd doorgeven waar zij verblijven en bereikbaar zijn, de zogeheten ‘whereabouts’. Dat systeem is heel streng. De actuele locatie van een speler wordt continu geverifieerd door de controlerende instantie. Als die informatie niet juist is, kunnen sancties volgen, zoals een geldboete, schorsing of royement.
Voor Tim vormden die dopingtests geen probleem: “Ik was daar eigenlijk nooit mee bezig. Ik deed nooit iets illegaals. Die controles horen er gewoon bij als je op topniveau tennist. Sterker nog, goed dat ze er zijn.”