SPOTLIGHT
Waarom kiezen profs zo zorgvuldig hun serviceballen?
Je ziet het vaak: een speler krijgt een aantal ballen aangereikt, kijkt even, voelt ze kort en gooit er één of twee terug. Dat lijkt overdreven, maar er zit wel degelijk een reden achter.

Niet elke bal speelt hetzelfde
Tijdens een wedstrijd worden ballen niet allemaal evenveel gebruikt. De ene bal is net wat nieuwer, de andere heeft al meer slagen en stuiters gehad. Daardoor verandert vooral de viltlaag.
Een nieuwere bal is vaak wat gladder en compacter. Een oudere bal wordt juist pluiziger. Dat lijkt een detail, maar die kleine verschillen hebben invloed op hoe de bal door de lucht gaat, hoe hij van het racket komt en hoeveel spin je ermee kunt maken.
Snelheid of spin
Voor een eerste service zoeken spelers vaak naar een bal waar nog weinig mee gespeeld is. Die heeft minder weerstand in de lucht en kan daardoor net wat sneller vertrekken.
Voor een tweede service kan een oudere, pluizigere bal juist prettig zijn. De snaren krijgen dan iets meer grip op de bal, waardoor je makkelijker spin of kick kunt slaan.
Tim koos zijn serviceballen daarom heel bewust. “Voor mijn eerste service koos ik altijd de bal waar het minst mee gespeeld was. Daarmee kon ik net wat meer vaart genereren. Voor mijn tweede service koos ik juist liever een oudere bal, omdat die meer pluist en je daar makkelijker spin mee kunt slaan.”
Ook een ritueel
Het kiezen van een servicebal is niet alleen technisch. Het is ook een vast moment tussen twee punten in. Even kijken, voelen, kiezen, stuiteren en opnieuw focussen.
Wat voor de kijker misschien kieskeurig lijkt, is voor een prof gewoon onderdeel van de routine. Op dat niveau telt ieder detail. Dus ook welke bal je kiest voor de eerste en tweede opslag.