Week 7

Maandag

Mijn account

Gegevens veranderen

Wachtwoord veranderen

Spelersidentiteiten: De Allrounder onder de loep

De naam zegt het al. Wie deze spelersidentiteit heeft, is een ware alleskunner. Deze speler kan op alle soorten banen uit de voeten en beschikt over een breed en diep arsenaal aan slagen: serveren, volleren, dropshots, lobs, slice, topspin en vlak.

tennis racket and ball on field


Kenmerkend voor de Allrounder

Een Allrounder voelt zich niet vastgepind op één manier van spelen. Dit type speler kan rally’s opbouwen vanaf de baseline, maar ook naar voren stappen als de situatie daarom vraagt.

Hij leest goed wat de wedstrijd nodig heeft en past zijn spel daarop aan. De ene keer speelt hij geduldig en gecontroleerd, de andere keer zoekt hij sneller de aanval. Juist die flexibiliteit maakt de Allrounder lastig te voorspellen.

Sterke punten

De Allrounder beschikt over veel wapens om de tegenstander te verslaan. Hij kan vrijwel alle speelstijlen aan en is daardoor moeilijk te doorzien en te bestrijden door de tegenstander. Op snelle banen kan deze alleskunner serve-volley spelen, op tragere ondergronden vertrouwen op zijn solide dan wel agressieve groundstrokes vanaf de baseline.

Zwakke punten

Het technische vermogen van de Allrounder mag dan voor weinig verbetering vatbaar zijn, regelmatig zijn er wedstrijden waar het aankomt op een specialisme om de partij naar de hand te zetten of de match in eigen voordeel te kantelen. Een scherpe service op grasbanen of hoge topspinballen op droge gravelbanen kunnen zelfs de beste allround tennissers voor grote problemen plaatsen.

Voorbeelden van All Rounders uit het toptennis

De beste tennissers van de laatste decennia zijn vaak Allrounders, maar wel met duidelijke kenmerken van een specifieke spelersidentiteit. Djokovic heeft bijvoorbeeld sterke kenmerken van een Counter Puncher, terwijl Sinner meer richting de Aggressive Baseliner gaat.

De absolute topspelers tegenwoordig beheersten vrijwel alle slagen op uitzonderlijk hoog niveau en passen hun spel aan als de speelwijze van de tegenstander, de tussenstand, de weersituatie en/of de ondergrond daarom vraagt. 

Als er dan toch één klassiek schoolvoorbeeld van een Allrounder genoemd moet worden, is dat Roger Federer. Hij kon aanvallen, verdedigen, serveren, volleren, variëren met slice en tempo en zijn spel aanpassen aan vrijwel iedere ondergrond. Juist die veelzijdigheid maakte hem jarenlang zo moeilijk te bespelen.